Van ’t gas af: Smulhuis kiest voor stroom

Actueel, Achtergrond |
16 juli 2021 |
Leestijd ± 4 tot 6 minuten

Twee jaar geleden sprak Frituurwereld met Hans Boumans van ’t Smulhuis in Brunssum over de overstap van gas naar stroom. Omdat het onderwerp door bekendmaking van de Green Deal van de Europese Gemeenschap nu actueel is, publiceren we hierbij nogmaals het verhaal van Boumans.

Tekst: Ubel Zuiderveld

Sinds 2015 laat Hans Boumans van ’t Smulhuis in Brunssum het gas beetje bij beetje los. Gefaseerd deden elektrische toestellen hun intrede bij zijn cafetaria annex restaurant (ruim 100 zitplaatsen, elke avond vol). Al had Boumans, van huis uit elektrotechnicus, wel zijn vermoedens, de voordelen van stroom blijken in de praktijk nog groter dan hij verwachtte. “Het levert grote besparingen op, financieel en in energieverbruik, en een beter eindproduct.”

Primair wilde Boumans klaar zijn voor een toekomst zonder gas. Op de achtergrond speelden meer drijfveren een rol bij zijn overstap. Zoals: verduurzaming van zijn bedrijf, gedonder met lekke ketels, uitbreiding van de piekcapaciteit van ’t Smulhuis én verdere verbetering van de productkwaliteit. “Toen ik eraan begon, ben ik voor gek verklaard. Nu wilde ik dat ik het twintig jaar eerder had gedaan. Stroom is gewoon energiezuiniger dan gas. Veel mensen kunnen dat niet geloven. Ik dacht het altijd al; nu kan ik het óók aantonen.” Boumans laat deze en andere aspecten de revue passeren.

Over koken/braden op inductieplaten:

’t Smulhuis maakt veel producten zelf. Talloze snacks, friet, maar ook de gerechten voor het à la carte restaurant naast de afhaalfrituur. Gekookt wordt er op inductieplaten. Voor onder meer de hamburgers heeft ’t Smulhuis een aparte inductiebakplaat. Boumans: “De inductiebakplaat zit in no-time op de gewenste temperatuur. Op de inductieplaten kookt een pan met 20 liter water in 3 tot 4 minuten, veel sneller dan op gas. En ik gebruik minder energie.” Bijkomend voordeel: de werktemperatuur in de keuken is, ook in de zomer, aangenamer. “De doorkookplaat op gas die we voorheen hadden, stond de hele tijd op 600 graden.”

Over verwarming en warm water:

Op het dak van ’t Smulhuis liggen 23 zonnepanelen en zonnecollectoren voor de warmwaterboiler. Op de binnenplaats achter de zaak heeft ’t Smulhuis een warmtepomp die aardwarmte wint. Boumans: “Deze operatie, inclusief centrale verwarming, is vorig jaar uitgevoerd. Per dag gebruiken we 1200 liter warm water. Ik heb tien firma’s op bezoek gehad. Ze durfden het allemaal niet aan. Toen ben ik maar helemaal zelf aan de slag gegaan. Samen met een bedrijf heb ik het zo geïnstalleerd dat we voor nood er altijd wat bij konden zetten. Maar dat bleek helemaal niet nodig; het functioneert allemaal perfect.” Het enige nadeel: de warmtepomp maakt op volle toeren lawaai. “Daar komt nog een geluidswerende kap overheen.”

Over elektrische transferovens voor friet:

’t Smulhuis krijgt rauwe gesneden friet aangeleverd van de boer. Boumans bakt dus zijn eigen friet voor. Daarvoor heeft hij een speciale voorbakoven staan met een transferhevel. De ovens zijn helemaal elektrisch gemaakt door Qbtec. De transferoven is voorzien van een energiemanagementsysteem voor optimale temperatuurbeheersing per ketel. Op eigen initiatief arrangeerde Boumans met de universiteit van Bonn een vergelijkend onderzoek tussen gasgestookte en elektrische frietvoorbak. Boumans: “De friet bakten met stroom sneller, omdat de temperatuur van het vet nauwelijks wegzakt. Je kunt dus gewoon blijven doorbakken. Je hebt hierdoor minder vetopname; een feitelijke verbetering dus van je eindproduct. Bovendien is de piekcapaciteit van elektrische ovens beter. Van tevoren hadden we bij piekproductie beide gasovens nodig. Sinds we elektra gebruiken is dat nog niet voorgekomen.” Zijn afbakovens voor friet en snacks in de afhaalcafetaria van zijn bedrijf laat Boumans binnenkort ombouwen naar stroom.

Over vetverbruik:

Bij elektrische ovens wordt het vet verhit via elementen in de potten. Bij gasovens geschiedt dit doorgaans via gasbranders onder de potten. “Een belangrijk verschil met grote gevolgen,” vertelt Hans Boumans. “Het vet gaat langer mee omdat het geleidelijk wordt verwarmd. Bij gas krijgt het vet een opdonder van onderen. Bovendien verbrandt door de gasbranders het kruim dat naar de bodem zakt. Dit alles betekent natuurlijk ook dat je een betere kwaliteit van je product krijgt met elektrisch frituren.” Boumans weet wel zeker dat ook de ketels veel langer mee zullen gaan. “Omdat het vet geleidelijk verhit en dus de temperatuur overal hetzelfde is, gaan die ketels nooit meer kapot en lekken. Bij gasbranders worden de ketels van onderen gloeiend heet, terwijl de rest van de ketel kouder is. Dat temperatuurverschil geeft spanning in het materiaal en dus risico op scheuren.” Stroom is dus onderhoudsarmer? Boumans: “Zeker. Stroom doet het of doet het niet. Gebruik je gas, dan verbindt de verzekeraar hieraan verplicht onderhoud. Daarmee heb je bij elektrische toestellen niet te maken. Bovendien denk ik dat ik veel minder vaak een monteur nodig zal hebben.”

Over investeringen en besparingen:

Boumans: “Totaal investeerde ik 30.000 euro. Ik kreeg 7000 euro retour aan subsidies. Maar de besparingen overtreffen mijn verwachtingen. Per maand geef ik 800 tot 900 euro minder uit aan energie. Het vermogen van 1 kuub gas is vergelijkbaar met ongeveer 10 kilowatt elektriciteit. Bij stroom heb je te maken met staffelkortingen bij een stijgend verbruik. Per saldo kost 1 kuub gas je 66 eurocent, 10 kilowatt elektra 60 cent. Inclusief belastingen.”

Over enkele neveneffecten:

De ommezwaai kost tijd een aandacht. Boumans: “Ik wilde perse een gedetailleerd managementsysteem voor de elektra. Dat geeft inzicht over al het verbruik in alle apparaten, zelfs per bakpot. Zo kan ik bijvoorbeeld voorkomen dat het piekverbruik te hoog oploopt. Gebeurt dit wél, dan beland je standaard in een hoger stroomtarief.” Via een app op zijn tablet kan Boumans het verbruik nauwgezet monitoren en naar zijn hand zetten. Boumans combineerde al zijn elektra tot één industriële aansluiting. Het leggen van een kabel naar het transformatorhuis 300 meter verderop kostte hem 12.000 euro, exclusief de kosten voor een nieuwe meterkast. Boumans: “Gelukkig was het transformatorhuis dichtbij en had het nog capaciteit over. Heb je als ondernemer pech, dan moet je een heel nieuwe transformator betalen.”

Over de Nederlandse gasmythe:

Boumans concluderend: “Wereldwijd wordt natuurlijk veel meer elektrisch dan op gas gefrituurd. Het gebruik van het Nederlandse gas is deels gebaseerd op een mythe; we hadden nu eenmaal zelf goedkoop gas. Maar wat denk je van al die elektrische Pitco’s en Frymasters bij fastfoodketens in Amerika? McDonald’s deed in Nederland proeven met gas, maar is toch altijd elektrisch blijven frituren.” Wat Boumans betreft, had de overheid gasovens met een hoog rendement nooit moeten subsidiëren. “Zulke subsidies dienen geen enkel belang. Datzelfde geldt nu voor de subsidie op pelletkachels en elektrische auto’s. Je krijgt er kromme verhoudingen door op de markt, het milieu is er niet mee gediend.” ’t Smulhuis is bijna klaar met zijn energietransitie. Maar Hans Boumans zit niet stil. De volgende stap: “Alle plastic uit de zaak.”

In dit verhaal kozen we bewust voor het schetsen van een eenzijdig beeld van een frituurspeciaalzaak die de stap van gas naar stroom maakt. We pasten dus geen wederhoor toe ten aanzien van alle genoemde aspecten. Heb jij een zienswijze op de energietransitie in de frituurwereld die je wilt delen? Stuur dan jouw bericht naar redactie@frituurwereld.nl.

Dit artikel is reeds eerder verschenen in Frituurwereld 12