Met friet campagne voeren?

Column
18 mrt 2026 |
Leestijd ± 1 tot 3 minuten

Soms lees ik een bericht waarvan ik meteen denk: hoe kan dit blijkbaar heel normaal worden gevonden? Dat had ik bij een lokaal verkiezingsbericht waarin een politieke partij onder de noemer Friet to Meet friet bakte om met inwoners in gesprek te gaan.

Tekst: Frans van Rooij*

Laat ik dit vooropstellen. Politici moeten zichtbaar zijn, de straat op en met mensen in gesprek gaan. Daar is helemaal niets mis mee. Maar zodra er in de openbare ruimte friet wordt gebakken als onderdeel van een campagneactie, schiet er bij mij direct een andere vraag door het hoofd. Hoe zit het dan met de regels?

Want de lokale ondernemer kan ook niet zomaar besluiten om buiten zijn zaak even wat neer te zetten, te gaan bakken en voorbijgangers te bedienen. Die heeft te maken met vergunningen, meldingen, voedselveiligheid, aansprakelijkheid, gemeentelijke regels en soms ook nog handhaving.

Of je het daar altijd mee eens bent of niet, dat is wel de praktijk. En precies daar begint het te wringen. Niet omdat een politieke partij geen frietje zou mogen bakken. Ook niet omdat contact met inwoners verkeerd zou zijn. Integendeel.

Maar wèl omdat er in campagnetijd ineens dingen normaal lijken, die voor een gewone ondernemer helemaal niet vanzelfsprekend zijn. Onder het betreffende artikel stond een reactie die precies benoemde wat ik zelf ook dacht. Dit is toch wrang richting de lokale horecaondernemers die iedere dag keihard werken, hun papieren op orde moeten hebben en niet zomaar vrijblijvend hun waar op straat aan de man kunnen brengen?

Dat vond ik raak. Omdat het de kern blootlegt. Ik ben iemand die sterk aanslaat op dit soort inconsequenties. Op situaties waarin regels voor ondernemers heel concreet en afdwingbaar zijn, maar ineens opvallend soepel lijken zodra het om een sympathieke politieke actie gaat. Dan denk ik al snel: dit voelt niet als één maatstaf voor iedereen.

Misschien was in dit geval alles keurig geregeld. Dat kan. Misschien was er een melding gedaan of viel het juridisch ergens precies onder. Ook dat kan. Maar zelfs dan blijft de principiële vraag overeind: beseffen politieke partijen eigenlijk wel hoe zoiets overkomt op ondernemers in hun eigen gemeente?

Je kunt in verkiezingstijd nog zo vaak zeggen dat je lokaal ondernemerschap belangrijk vindt, maar dat bewijs je niet met slogans. Dat bewijs je door te laten zien dat je de praktijk van ondernemers begrijpt. En die praktijk is nu eenmaal dat je niet zomaar ergens gaat staan bakken, uitdelen of verkopen zonder dat daar regels aan vastzitten.

Friet is toegankelijk, populair en verbindend. Dat weten wij in deze branche al heel lang. Maar juist daarom zou je verwachten dat politici ook begrijpen dat friet niet alleen een leuk campagne-attribuut is. Voor heel veel ondernemers is het gewoon hun vak, hun omzet en hun bestaan.

Wie echt oog heeft voor lokale ondernemers, laat dat ook tijdens de campagne zien. Niet alleen door een frietje uit te delen, maar vooral door te beseffen dat gelijke regels voor iedereen moeten gelden.

Zo ingewikkeld is dat toch niet?

* Frans van Rooij schrijft op persoonlijke titel columns voor Frituurwereld over vakmanschap en ondernemerschap in de frituurbranche.