Oprichting Stichting Ketelkwestie bijna rond

Achtergrond |
21 september 2019 |
Leestijd ± 2 tot 4 minuten

De oprichting van de Stichting Ketelkwestie is bijna rond. De nieuwe organisatie zal zich primair richten op twee kwesties. Allereerst zal de stichting het eerder gestarte Bakwandonderzoek voltooien. Ten tweede gaat de stichting werken aan een compensatieregeling voor ondernemers die te maken hebben, hebben gehad of nog gaan krijgen met defecte frituurketels als gevolg van productiefouten.

De kwestie van de lekkende frituurketels speelt inmiddels een groot aantal jaren. De eerste signalen bereikten vakvereniging ProFri al bijna zeven jaar geleden. De zaak is later bij producent QBTEC door vakvereniging ProFri en het Nederlands Frituurcentrum aanhangig gemaakt. Nadat meerdere gesprekken op niets uitliepen en het overleg stokte, publiceerden de organisaties hun bevindingen in vakblad Frituurwereld.

Losgekoppeld

Eind vorig jaar is besloten de ketelkwestie los te koppelen van vakvereniging ProFri en het Nederlands Frituurcentrum. Tijdens een extra algemene ledenvergadering van ProFri in december 2018 is hierop besloten de Stichting Ketelkwestie in het leven te roepen. Inmiddels is er een beoogd bestuur en wordt gewerkt aan de statuten en de feitelijke oprichting. Binnenkort passeren de statuten bij de notaris.

Eerste fase

De stichting zal zoals gezegd het onderzoek voortzetten naar de aard en omvang van de ketellekkages bij hoogrendementovens. Zoals eerder vermeld, kwam het probleem van lekkage van frituurketels prominent naar voren uit de eerste fase van het Bakwandonderzoek. Echter: al sinds de oprichting (2012) kreeg vakvereniging ProFri regelmatig signalen dat er sprake was van veelvuldige lekkage van frituurketels. Sinds voorjaar 2016 staat de kwestie als vast punt op de overlegagenda van ProFri. In november 2016 gaf het ProFri-bestuur groen licht voor een apart onderzoek naar de kwestie. Het Bakwandonderzoek was het gevolg. Najaar 2017 bleek reeds dat lekkage relatief veel voor kwam (komt) bij een bepaald type HR-ovens van QBTEC-merk Kiremko. Nadat gesprekken met QBTEC stokten en ProFri voorlopige bevindingen publiceerde in bondsblad Frituurwereld, maakte de producent de gang naar de rechter. Die sommeerde ProFri om enkele uitspraken in Frituurwereld te rectificeren. De rechter stelde echter ook dat “indien het juist is dat QBTEC frituurinstallaties op de markt brengt waarvan de ketels van slechte kwaliteit zijn, zodat zij gaan lekken, dit in beginsel een misstand is die publiekelijk aan de kaak mag worden gesteld”. Omdat de materie teveel beslag legt op de tijd, energie en middelen van ProFri, geeft de vakvereniging het complete dossier nu over aan de Stichting Ketelkwestie. Het streven blijft nog steeds om aan het eind van dit jaar het Bakwandonderzoek af te ronden. Echter: de stichting zal, indien dit nodig is, meer tijd nemen om een zo compleet mogelijk beeld te kunnen presenteren.


Nog 3 relevante zaken:

Openbaarheid.

Voor enkele partijen in de markt kwamen de publicaties over de ketellekkage in Frituurwereld destijds als donderslag bij heldere hemel. Aan deze publicaties ging echter een heel traject vooraf. Uiteindelijk restte vakvereniging ProFri en het Nederlands Frituurcentrum geen andere weg dan te kiezen voor de openbaarheid. In Frituurwereld 11 stond het feitenrelaas weergegeven in een uitgebreide tijdbalk.

Deelname aan onderzoek.

Om haar werk naar behoren en zorgvuldig te kunnen uitvoeren, is het van belang dat de Stichting Ketelkwestie kan beschikken over zoveel mogelijk data en informatie. Het is dus zeer belangrijk dat ondernemers hun ervaringen delen met de stichting. Dit kan nog altijd door mee te doen aan het Bakwandonderzoek.
Je kunt jouw data doorgeven via www.frituurcentrum.nl. Zodra de website van de stichting gereed is, wordt de bezoeker doorgeleid naar www.stichtingketelkwestie.nl.

Financiën.

Het werk van de Stichting Ketelkwestie kan niet van de grond komen zonder de benodigde financiën. Na de oprichting zal de stichting zich dus tot de markt wenden: om een gezamenlijke claim mogelijk te maken, zullen ondernemers die genoegdoening willen geld moeten inleggen om een collectieve procedure mogelijk te maken. Op dit moment is nog niet duidelijk welke bedragen hiermee gemoeid zijn.

www.stichtingketelkwestie.nl

Dit artikel is reeds eerder verschenen in Frituurwereld Editie 12 – Zomer 2019