Er wordt de laatste tijd veel gesproken over de nieuwe Europese verpakkingsregels (PPWR). De één wijst naar de importeur, de ander naar de leverancier en weer een ander naar de producent.

Ik moest er eerlijk gezegd om glimlachen.
Want iedereen die ooit een onderneming heeft gerund, weet hoe dit afloopt. De rekening reist gewoon door de keten. En als niemand hem meer kan doorgeven, blijft hij uiteindelijk liggen bij de ondernemer.
Dat is ook precies waar de discussie nu over gaat. Volgens ondernemersorganisatie ONL dreigt de Nederlandse uitvoering van de PPWR ertoe te leiden dat importeurs en leveranciers van verpakkingsmaterialen miljoenen euro's extra aan afvalbeheerbijdragen moeten betalen.
Het doel van de nieuwe Europese regels is op zichzelf prima. Minder verpakkingsafval, meer recycling en verpakkingen die beter zijn voor het milieu. Daar zal niemand moeite mee hebben.
Maar regelgeving is één ding. De praktijk is iets anders.
Een leverancier die met hogere kosten wordt geconfronteerd, zal die uiteindelijk doorberekenen aan zijn klanten. Dat is geen onwil, maar economische realiteit. Vervolgens komt de rekening terecht bij de ondernemer die de verpakking gebruikt. En die staat opnieuw voor dezelfde keuze: de hogere kosten zelf dragen of proberen ze door te berekenen aan de consument.
Dat laatste wordt steeds lastiger.
Ondernemers hebben de afgelopen jaren al te maken gekregen met hogere loonkosten, stijgende energieprijzen, strengere voedselveiligheidseisen, de SUP-regeling voor wegwerpverpakkingen en allerlei andere verplichtingen. Iedere maatregel afzonderlijk is vaak nog wel uit te leggen. Maar bij elkaar opgeteld ontstaat een heel ander verhaal.
Wat mij vooral opvalt, is dat er bij nieuwe regelgeving zelden wordt gekeken naar het totaal. Beleidsmakers beoordelen iedere maatregel op zichzelf. Ondernemers krijgen echter niet één nieuwe regel, maar tien tegelijk. En iedere keer komt er weer een beetje kosten en een beetje administratie bij.
Ondertussen dienen de volgende maatregelen zich alweer aan. Terwijl de PPWR nog moet worden ingevoerd, wordt al gesproken over een verdere aanscherping van de statiegeldregeling. Ook daarvan zullen de gevolgen uiteindelijk ergens in de keten terechtkomen.
Begrijp me goed. Ik ben niet tegen verduurzaming. Ook de frituurbranche zal daarin haar verantwoordelijkheid moeten nemen. Maar verduurzaming is alleen succesvol als zij ook uitvoerbaar en betaalbaar blijft.
Misschien zouden beleidsmakers zich bij iedere nieuwe maatregel één eenvoudige vraag moeten stellen: wie betaalt uiteindelijk de rekening?
Ik denk dat de meeste ondernemers het antwoord daarop allang weten.
Frans van Rooij schrijft op persoonlijke titel columns voor Frituurwereld over vakmanschap en ondernemerschap in de frituurbranche.