Vers van de campagnevloer: volgens de „verkiezingsstemming” van Heinz kiest 53,72 % van Nederland voor “friet” tegenover 46,28 % voor “patat”. Een nipte meerderheid, maar zekerheid dat wij Nederlanders toch een voorkeur hebben.


De redactie van Nederlands Frituurcentrum (via platform Frituurwereld) volgt met genoegen de discussie rond hoe Nederlanders hun gefrituurde aardappelproduct noemen: “friet” of “patat”. Recent bracht het sauzenmerk Heinz daar weer een frisse wind in door middel van een ludieke verkiezingscampagne, en de resultaten zijn nu bekend.
De uitslag van de stemming is bekend: “friet” behaalt 53,7 % van de stemmen, tegenover 46,3 % voor “patat”. Het verschil is dus slechts circa 7,4 procentpunt (53,7 − 46,3). Een vrij kleine marge, wat de organisator eerder al aangaf als “een nek-aan-nek-race”.

De redactie van Frituurwereld geeft de duidelijke voorkeur aan “friet” — maar erkent ook dat “patat” net zo lekker is mits goed bereid. Concreet: we zeggen friet, maar bedoelen het product in alle volledigheid. En omdat de marge zo klein is, is het ons om het even.
Het is een beetje alsof de verkiezingsuitslag tussen politieke partijen een verschil maakt van enkele procenten: spannend, symbolisch, maar de kern blijft: laten we vooral genieten van wat er op het bord ligt.
Met deze actie toont Heinz aan dat zelfs de benaming van iets ogenschijnlijk eenvoudigs als gefrituurde aardappelen nog ruimte biedt voor interactie, marketing en branchebewustzijn. Voor de frituur- en snacksector is het een herinnering dat taal, cultuur en vakmanschap hand in hand gaan.
Voor de consument geldt: zeg je “friet” of “patat”? Het maakt niet uit. Zolang het goed gefrituurd is, is het heerlijk.