Frisie | “Nu al klaar voor City Deal in 2040”

Actueel, Achtergrond |
2 november 2021 |
Leestijd ± 2 tot 4 minuten
Foto: Shutterstock

Wethouders van Amsterdam en Utrecht kunnen al vanavond tevreden hun moede hoofd te ruste leggen. Hun met veel tromgeroffel ondertekende City Deal, is door vrijwel alle snackbars en cafetaria’s al volbracht. Ja, het is echt zo: bijna alle frituurspeciaalzaken zijn al klaar voor 2040.

Frisie | de frituurvisie van Ubel Zuiderveld *

Wat is namelijk het geval? Onderdeel van de City Deal is het volgende streven: 50 procent plantaardige voeding in 2030, 60 procent in 2040.

Rekensommetje

Je moet als snackbar wel heel veel hamburgers, schnitzels of halve kippen verkopen als je dit nu al niet haalt. Ik serveer je verderop in deze aflevering van Frisie een rekensommetje waaruit blijkt dat cafetaria’s, snackbars én frituren van Groningen tot Valkenburg en van Enschede tot Scheveningen nu al grotendeels voldoen aan de City Deal.

Groentesnack

De Utrechte wethouder van Volksgezondheid pleitte gisteren in de media voor meer groentesnacks in de openbare ruimte. Dat treft. Want laat de basis van snackbars nou net toevallig een groentesnack zijn: namelijk onze eigenste vaderlandse aardappel, nog een streekproduct ook. Nu weet ik natuurlijk ook wel dat het Voedingscentrum aardappelen wegzet in de hoek van de zetmeelproducten. Gelukkig is er een deskundige van grote faam die onze pieper gewoon tot de groentes rekent. Ja, tellen we de aardappelen en dus friet mee, dan is zomaar het probleem opgelost dat we met z’n allen te weinig groenten eten.

Trouwens, wist je dit? Vergeleken met superfood quinoa, bevat de pieper meer vezels, minder koolhydraten, minder kilocalorieën en (veel) minder vet dan quinoa. Nu zijn die vetten van de quinoa verder wel in orde, daar niet van. Maar toch… Nee, ik heb het niet zelf verzonnen; een serieuze redacteur van De Volkskrant zette de harde feiten over quinoa en de aardappel ooit op een rijtje.

Plantaardige hap

De Utrechtse wethouder heeft het ook over het matigen van de ‘vette hap’ in de straten van zijn stad. Gezien de betekenis in de vaderlandse volksmond, neem ik maar aan dat hij hiermee onder meer doelt op het kernassortiment van de snackbar. Een puik afgebakken frietje heeft een vetpercentage van circa 12 procent. In zeker 60 tot 70 procent van de gevallen betreft het hier plantaardige oliën, ook weer mooi in lijn met de Utrechtse doelstellingen voor 2040 dus.

Patatpolitie

Verder maakt de Domstedelijke wethouder gewag van de ‘patatpolitie’. Hij zegt dat hij die in zijn gemeente niet wil. Leuk woord wel, patatpolitie. Maar toch best vreemd dat hij uitgerekend deze naam verzint, ook al vindt hij deze frietdienders dus niet wenselijk in Utrecht. Patatpolitie? Wat had die dan moeten doen als hij hem wél gewild had? Controleren of de friet wel ècht plantaardig is? Ik weet niet beter of friet werd gisteren nog van aardappelen gemaakt. Volgens de laatste informatie waarover ik beschik, is dit ook vandaag nog het geval. Hoewel her en der sporen van dierlijke frituurvetten niet helemaal zijn uit te sluiten, is en blijft friet plantaardig.

De percentages

En dan de totalen, die ik aan het begin van deze column beloofde. De nodige kipsnacks en wat hamburgers uitgezonderd, bestaat het gros van de producten die cafetaria’s serveren uit overwegend plantaardige producten. Om te beginnen zoals gezegd de friet: de hardste hardloper van allemaal in onze vaderlandse cafetaria. Na friet volgt er een hele tijd niks.

Op grote afstand komen daarna frikandellen en kroketten. Frikandellen bevatten circa 65 procent vlees, vooral kipseperatorvlees. Hoewel het gebruik van dit restvlees duurzaam is, ligt het vleesaandeel dus wat hoger dan het City Deal-streven van maximaal 40 procent vlees over bijna twintig jaar. Gelukkig maakt de kroket veel goed met een vleespercentage van circa 12 tot 25 procent. We moeten hierbij trouwens wel bedenken dat volledig vegetarische varianten van deze snacks in opmars zijn; dat maakt het dus allemaal nog wat rooskleuriger qua plantaandeel.

Enfin, omdat friet qua volume en gewicht zo dominant is, en gezien het beperkte aandeel vlees in veel snacks, durf ik de stelling wel aan: de snackbaromzet wordt voor het overgrote deel behaald met de verkoop van plantaardig voedsel.

City Deal is bereikt

Enfin, gisteren gaf directeur Frans van Rooij aan, dat vakvereniging ProFri graag wil deelnemen aan het debat over de publieke gezondheid. Hij gaf hierbij ten overvloede nogmaals te kennen dat de snackbar, gezien het aandeel van hooguit een half procent van alle kilocalorieën in ons land, natuurlijk niet thuishoort in het verdachtenbankje. Maar ter afsluiting zij dus deze boodschap nog maar even luid en duidelijk verkondigd: vrijwel alle vaderlandse snackbars voldoen nu al aan de norm van de City Deal voor 2040: 60 procent plantaardig.

* Ubel Zuiderveld is redacteur van Frituurwereld. Hij volgt sinds 1991 de horeca en foodservice als vakjournalist op de voet. Zuiderveld publiceert boeken over de sector en was hoofdredacteur van verschillende vakbladen.