Meneer, wie heeft de friet uitgevonden?

Actueel, Achtergrond |
9 september 2021 |
Leestijd ± 4 tot 6 minuten

Goeie vraag. Meneer, wie heeft de friet uitgevonden? Nu de oogst van frietaardappelen in volle gang is, stelt Frituurwereld zichzelf enkele vragen over friet.

De consument wil steeds meer weten over wat hij eet en drinkt. Dus kun je zomaar een vraag als deze verwachten van een klant die aan jouw toonbank staat. Veel is te googelen. Maar zeker niet alles. Bovendien staat er op internet ook de nodige onzin. Dus helpen we je een handje. Mevrouw, wie heeft de friet bedacht?

door Ubel Zuiderveld, foto Shutterstock

Nou, laten we dan maar met de deur in huis vallen. Nee, we weten niet 100 procent zeker wie de friet heeft bedacht of, zo je wilt, uitgevonden. Twee dingen weten we wel. Ten eerste: de bakermat van in royaal vet gebakken aardappelpartjes en -staafjes is de beroemde Franse keuken. Ten tweede: gerechten die op onze friet lijken worden al beschreven in een Frans kookboek uit 1832. Daarmee is natuurlijk niet gezegd dat de samensteller van dit kookboek, Antonin Carême, het recept voor gefrituurde aardappelstaafjes ook zelf heeft bedacht. Dus nee, volledige zekerheid over de “uitvinder van de friet” hebben we niet.

Hieronder nog een paar brandende frietvragen.

Vraag: Friet of patat?

Wat je wilt natuurlijk. Noord-Nederlanders gebruiken vaker het woord “patat”. Hoe zuidelijker je komt, des te meer wordt gesproken van frites of friet (in Vlaams meervoud soms van “fritten”). Friet is trouwens de voorkeursspelling (aldus Van Dale’s woordenboek). Friet en frites zijn afgeleiden van het Franse werkwoord “friter”. Dat betekent gewoon “braden/bakken”. Bestel je friet, dan bestel je dus eigenlijk een portie “gebakken producten”. Als we friet bakken, spreken we sinds jaar en dag van frituren (letterlijk is een frituur dus eigenlijk een “bakkerij”). Vroeger, een kleine eeuw geleden, was het in Nederland heel gebruikelijk om “friteren” te zeggen en te schrijven. Dan patat. Dat is eigenlijk een fout woord. Het stamt af van “pataat” en dat is weer afgeleid van “bataat”. Bataat is een zoete aardappel en geen typische frietpieper dus. In België zeggen ze patatten tegen gewone (gekookte) aardappelen.

Vraag: Hoe lang eten we al friet?

In Parijs ontwikkelde friet zich in de loop van de negentiende eeuw tot streetfood. Al snel bereikte friet ook België. Daar groeide de cultuur met zijn frietkotten tot ongekende hoogten. Het is goed mogelijk dat her en der op kermissen en jaarmarkten in Zuid-Nederland al halverwege de negentiende eeuw friet werd verkocht. Zeker is dat een Vlaamse kraam van de familie Fritz in 1868 reeds friet in Breda verkocht, terwijl het een jaar later te proeven was op een wereldtentoonstelling in Amsterdam.

Het oudste ‘inpandige’ frietadres van Nederland is een hotel in Vlissingen. Het hotel verkocht in 1897 elke zondag friet. In enkele Limburgse dorpen en steden werd kort na 1900 al friet verkocht (ook vaak alleen op zondag, eveneens niet zelden in restaurants van hotels). Voor zover bekend is de oudste nog bestaande frietwinkel van ons land Reitz in Maastricht (anno 1909). Tussen de twee wereldoorlogen rukte friet al op naar de Randstad. Pas na de Tweede Wereldoorlog raakte heel Nederland echt verslingerd aan de friet.

Vraag: Welke friet verkoop je?

Als een klant deze vraag stelt, antwoordt menig medewerker of ondernemer zonder blikken of blozen: “Friet van Aviko. Diepvriespatat van McCain. Friet van Remo….” Zo’n antwoord is wel erg karig en weinig belevingsvol. Zou het niet veel leuker zijn als je iets meer informatie verzamelt en die deelt met de klant? Bijvoorbeeld: “Deze friet is gemaakt van Agria’s van een boer uit Zeeland. Ze zijn door de boer gerooid in oktober. Daarna zijn ze voorgebakken in Oudenhoorn en nu bakken wij ze met zorg en veel liefde voor u af.” Per slot van rekening leveren jij en jouw mensen toch de toegevoegde waarde? Jij en jouw medewerkers willen de klant toch een zo smakelijk en belevingsvol frietje als mogelijk serveren?

Vraag: Word ik dik van friet?

Natuurlijk word je niet dik van een lekker frietje. Dik van eten en drinken word je pas als je niet let op je dagelijkse kilocalorieën en onvoldoende beweegt. Een portie friet (160-200 gram) is 450 tot 600 kilocalorieën zonder saus. Je mag er dagelijks circa 2000 (vrouwen) tot circa (2500) hebben.

Vet? Gemiddeld is het vetpercentage 11 tot 13 procent. Friet levert bovendien relevante voedingswaarden. Het is immers een aardappel en dus (volgens enkele geleerden) gewoon groente. Een portie friet bevat circa 10 procent van de dagelijks aanbevolen hoeveelheid aan de vitaminen C, B1, B2 en B6. En bijna 8 gram voedingsvezels. Maar friet is vooral gruwelijk lekker. Genieten dus. En genieten is vast en zeker goed voor een mens!

Vraag: Waarom is friet zo lekker?

Friet heeft alles in zich wat wij mensen graag proeven en wat we ervaren als een aangenaam “mondgevoel”. Dat komt door de combinatie van (deels gekarameliseerde) suikers, het vet en het zout dat we erover strooien. De combinatie van een krokante korst en een volle aardappelsmaak bezorgt ons een fijn gevoel in de mond. Een lekker sausje erbij – en de meeste Nederlanders zijn verkocht. Wil je meer weten over de smaak van friet en allerlei andere aspecten, bekijk dan de video met het frietcollege van hoogleraar Tiny van Boekel op www.dewaarheidoverfriet.nl.

Het kan natuurlijk zijn dat jij of één van jouw klanten nog heel andere vragen heeft over friet. Stel ze via e-mail aan de redactie van Frituurwereld via redactie@frituurwereld.nl. We proberen jouw vraag zo goed mogelijk te beantwoorden. Weten we het antwoord niet, dan zeggen we dat ook eerlijk.

Friet is toch gemaakt van aardappelen?

Gelukkig weten bijna alle mensen wel dat frietjes gebakken aardappelstaafjes zijn. Natuurproduct pur sang. De aardappel is weliswaar Zuid-Amerikaans, maar al ongeveer 250 jaar typisch Nederlands volksvoedsel. Tegenwoordig zet het Voedingscentrum aardappelen in het verdomhoekje van de zetmeelproducten. Enkele deskundigen oordelen dat piepers én friet gewoon in de Schijf van Vijf bij de groenten thuishoren.

Ons land is toch een echt aardappelland?

Zeker. Hoewel er landen zijn waar ze veel meer eten dan wij (zoals Wit-Rusland) lusten we er wel pap van. Per inwoner eten we elk jaar meer dan 70 kilo aardappelen, inclusief friet. Wel is dat een stuk minder dan vroeger. In 1950 aten we nog 130 kilo. Maar er kwamen natuurlijk ook steeds meer alternatieven. Zoals rijst, pasta en andere producten.

We verwerken toch ook veel aardappelen?

Absoluut! Kijken we naar de laatste jaren, dan gaat het om circa vier miljoen ton jaarlijks. Vier miljoen ton, dat is vier miljard kilo. Dat zijn ongeveer 115 duizend vrachtwagens vol. Tweederde van deze aardappelen komt van Nederlandse bodem, de rest uit het buitenland; vooral België, Duitsland en Polen. Er worden friet of andere aardappelproducten van gemaakt. Dat levert twee miljard kilo aan producten op. Hiervan wordt 85 procent geëxporteerd. Ja, ook onze friet gaat op steeds grotere schaal naar het buitenland. Na de VS heeft ons land de grootste aardappelverwerkende industrie van de aardkloot.

Is het Bintje er eigenlijk nog?

Ja, het Bintje is er nog. Nog steeds wordt hij volop gebruikt voor friet. Het afscheid van het Bintje is al vaak aangekondigd. De laatste jaren verliest hij pas echt terrein. In België is hij nu verhoudingsgewijs populairder dan bij ons. In Nederland mogen we de Agria nu wel bombarderen tot de favoriete frietaardappel. Niet alleen frietfabrikanten, ook de meeste ambachtelijke frietzaken gebruiken de Agria. Velen stappen echter in de zomer tijdelijk over op Frieslanders, omdat het suikergehalte in de Agria’s dan te wensen overlaat. Een opkomende frietpieper is de Innovator. Hij wordt vanwege zijn hoekige vorm veel gebruikt voor fastfoodfriet.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in magazine Frituurwereld 5.